group

Uitspraak:  US [ɡrup] UK [ɡruːp]
  • n.Groep; groepen; groepslessen
  • v.Groep; ... Classificatie van... Groeperen
  • WebGroep; groepen; groep
n.
1.
een klein aantal mensen die samen in dezelfde plaats; een klein aantal dingen, vooral dingen die niet fysieke voorwerpen
2.
een aantal mensen die voldoen aan of iets samen te doen omdat ze hetzelfde doel of dezelfde ideeën delen, kan worden gevolgd door een enkelvoud of in het meervoud werkwoord; gedaan of gemaakt door een groep
3.
een set van mensen, dieren of dingen die samen worden beschouwd omdat ze vergelijkbaar zijn in zekere zin kan worden gevolgd door een enkelvoud of in het meervoud werkwoord
4.
een van de sets die een groot aantal mensen of dingen is verdeeld, kan worden gevolgd door een enkelvoud of in het meervoud werkwoord
5.
een klein aantal muzikanten of zangers die samen regelmatig voeren, kan worden gevolgd door een enkelvoud of in het meervoud werkwoord
6.
een organisatie die bestaat uit verschillende bedrijven of andere instellingen, kan worden gevolgd door een enkelvoud of in het meervoud werkwoord
v.
1.
om mensen of dingen in groepen, met name groepen waarin de leden in zekere zin lijken
2.
te worden geregeld in een of meer groepen, zodat alles in elke groep samen op een plaats
3.
om in een of meer groepen