find

Uitspraak:  US [faɪnd] UK [faɪnd]
  • v.Zoeken; vinden; zoeken; denk dat
  • n.Ontdekking
  • WebZoeken; vinden; Zie
miss overlook pass over
ascertain descry detect determine dig out dig up discover dredge (up) ferret (out) find out get hit (on upon hunt (down up learn locate nose out root (out) rout (out) rummage run down scare up scout (up) track (down) turn up
v.
1.
om te ontdekken iets, of om te zien waar het door te zoeken naar het; om te ontdekken iets toevallig; om te ontdekken of merken iets; om te ontdekken een feit of een stuk van informatie; plotseling ontdek of beseffen iets
2.
om iets te krijgen
3.
om te ervaren een emotie die je niet in het verleden ervaren hebt; om te ervaren iets op een bepaalde manier
4.
iets als een advies hebben wegens dingen die u hebt gemerkt of ervaren jezelf
5.
om een formeel besluit over iets na het beluisteren van alle feiten
6.
Als u vinden de tijd of geld om iets te doen, heb je genoeg tijd of geld om het te doen
n.
1.
iets goed, interessant of waardevolle dat u bij toeval ontdekt