camping

Uitspraak:  US [kæmpɪŋ] UK ['kæmpɪŋ]
  • n.Kamperen in het kamp; "stijl" camping
  • v.Het onvoltooid deelwoord van kamp
  • WebCamping; Campings; Camping
n.
1.
[Sport] de activiteit van het leven in een tent, meestal voor de lol
v.
1.
onvoltooid deelwoord van kamp
n.
1.
[ Sports] the activity of living in a tent, usually for fun 
v.